Vele jaren lang is een groot deel van het westers speelgoed met hele ladingen uit China ingevoerd. Maar op dit ogenblik is die vloedstroom aan het afnemen. De Chinese sector kampt immers met zware moeilijkheden. Ook daar haken arbeiders immers af omdat ze elders meer kunnen verdienen, ook daar worden grondstoffen te duur en ook daar komt zware druk om de arbeidsomstandigheden te verbeteren.(Foto: Waar zal het speelgoed van de toekomst worden geproduceerd?) “De Chinese speelgoedindustrie beleeft voor het eerst sinds lang moeilijke tijden,” merkt Johnny Erling in de Duitse krant Die Welt op. “Tijdens de maand november dook alleen al de export van kerstartikelen met een kwart naar beneden.” De Chinese, goedkope productie zorgt voor driekwart van alle speelgoed in de wereld, maar de stijging van de petroleum- en grondstofprijzen hebben ervoor gezorgd dat de kostprijs met ongeveer dertig procent is gestegen. Bovendien begint er volgens Erling steeds meer oppositie te komen tegen het speelgoed uit het voormalige keizerrijk. “Verbruikersvereniging protesteren tegen de giftige bestanddelen van het Chinese plastic speelgoed, terwijl de Scandinavische landen tonnen namaak Lego in beslag hebben genomen.” Verder wijst hij erop dat vakbondsvereniging de uitbuiting van de Chinese goedkope arbeidskrachten aanklagen, terwijl de Europese Unie de elektronika-producenten vanaf volgend jaar wil verplichten afgeschreven tuigen terug te nemen. De Chinese speelgoedindustrie, waar ook vele westerse merken hun productie hebben uitbesteed, krijgt volgens Erling dan ook zware klappen. “Talrijke fabrikanten van kerstcadeau’s aan de Chinese zuidkust zijn in de nazomer failliet gegaan,” stelt hij. “Sinds begin dit jaar is de omzetgroei binnen de sector gedaald.” Vorig jaar voerde China wereldwijd voor meer dan zes miljard euro speelgoed uit, terwijl de sector ook 3,5 miljoen goedkope arbeidskrachten telde in meer dan 8.000 speelgoedfabrieken. “De productie van een Barbie-pop kost daar amper veertig eurocent,” voert Erling aan. “Maar daarnaast zijn er ook nog eens duizenden ongeregistreerde familiebedrijven die nog goedkoper produceren.” Westerse organisaties beginnen echter steeds meer de kinderarbeid en de slechte werkomstandigheden van de Chinese arbeiders aan te klagen. “Dat zette de Chinese vakvereniging van speelgoedfabrikanten in beweging, want die waarschuwde zijn leden dat ze de internationale standaarden moesten naleven,” aldus Erling. “Anders zouden ze geen exportvergunning meer krijgen.” Maar er zijn nog andere problemen. “Sinds de voorbije zomer is het ook moeilijker om arbeidskrachten te vinden,” benadrukt Erling. “De landbouwarbeiders kunnen op het land weer meer verdienen dan in de fabrieken. Vele Chinese bedrijven werken met dergelijk kleine winstmarges dat de lonen onmogelijk kunnen verhogen.”
|